1. Home
  2. Nieuws
  3. Hoe schrijf je een profielwerkstuk?

Hoe moet ik een profielwerkstuk schrijven?

Zit je (bijna) in je eindexamenjaar, dan is de kans groot dat je al het een en ander hebt gehoord over het profielwerkstuk (pws). Krijg je het al Spaans benauwd als je er alleen al aan dénkt? Geen zorgen, het valt allemaal hartstikke mee. We’ve been there. Begin op tijd en zorg voor een goede planning, dan kan er weinig misgaan. Wij geven je 10 tips voor een succesvolle aanpak!

1. Hoe kies je een goed onderwerp?

Welke richting spreekt je aan? Waar zou je graag meer over willen weten? Wat zou je leuk vinden om te onderzoeken? Je zult veel tijd gaan steken in je pws, dus dan is het wel zo fijn als je blij wordt van je onderwerp. Koppel er vervolgens een vak aan dat je leuk vindt. Wil je bijvoorbeeld iets met sport doen? Dat kan met de vakken geschiedenis (Olympische Spelen), LO (sportblessures), maar ook maatschappijleer (sporten en overgewicht). Inspiratie nodig? Check de database van Scholieren.com.

2. Samen of alleen?

Is het op jouw school verplicht om in tweetallen aan je pws te werken? Kies dan iemand met dezelfde interesses waar je fijn mee kunt samenwerken. Is samenwerken niet verplicht? Denk dan even goed na wat je wilt voordat je enthousiast samen van start gaat. Samenwerken betekent dat je elkaar kunt aanmoedigen en motiveren, maar óók dat je compromissen moet sluiten en dat je werkstuk dubbel zo dik moet zijn. Jullie krijgen samen één cijfer; pech voor jou dus als de ander er met de pet naar gooit.

3. Welke begeleider kies je?

Heb je de keuze uit welke docent jou mag gaan begeleiden? Kies dan iemand waar je prima mee overweg kunt, maar waarmee het niet té gezellig is (kletspraatjes over grappige kattenfimpjes zijn meestal niet bevorderlijk voor je pws). Ga voor een docent die jou veel kan leren. Hoewel, je mag helemaal in je zelfgekozen onderwerp duiken, dus misschien weet je na jouw pws wel ineens veel meer dan je docent over het onderwerp. Hoe tof!

4. Hoe maak je een goede planning?

Alles valt of staat met een goede planning. Grofweg bestaat je profielwerkstuk uit: hoofdvraag en deelvragen formuleren, informatie zoeken, informatie verwerken (= deelvragen beantwoorden), conclusie schrijven (= hoofdvraag beantwoorden) en presenteren. Bedenk je hoeveel tijd je voor ieder onderdeel nodig gaat hebben. In totaal zou je op zo’n 80 uur uit moeten komen (havo en vwo).

Nu kun je een globale planning maken, waarbij je terugrekent vanaf het moment dat je klaar wilt zijn. Vul je planning vervolgens verder in met concrete taken als ‘inleiding schrijven’ of ‘bronnenlijst maken’. Zeker weten dat je niets vergeet? Pak er dan een paar oude profielwerkstukken ter inspiratie bij.

5. Hoe formuleer je goede hoofd- en deelvragen?

Welke richting je met je onderzoek opgaat, bepaal je pas echt met je hoofd- en deelvragen. Je kunt pas een goede hoofdvraag formuleren als je je eerst globaal in je onderwerp verdiept hebt. Bedenk vervolgens een concrete hoofdvraag die je onderzoeksgebied goed afkadert. Dus bijvoorbeeld niet ‘sociale media’, maar ‘Welke invloed hebben sociale media op middelbare scholieren?’.

Dan formuleer je je deelvragen. Die helpen je straks je hoofdvraag te beantwoorden. Zorg er dus voor dat je deelvragen bijdragen aan het uiteindelijk kunnen beantwoorden van je hoofdvraag. Vaak betekent dat dat je zowel beschrijvende (wat zijn sociale media?) als verklarende deelvragen (hoe komt het dat middelbare scholieren sociale media vaak gebruiken?) hebt.

6. Hoe ga je je onderzoek vorm geven?

De meeste profielwerkstukken bestaan uit een verslag. Is schrijven niet jouw ding en past een andere vorm beter bij jou én je onderwerp? Denk dan eens buiten de gebaande paden. Wees creatief! Bij het thema sport kun je bijvoorbeeld een sportjournaal presenteren en filmen, en bij het thema sociale media zou je een vlog kunnen opnemen. Of bouw een website of maak een podcast. Informeer vooraf wel even bij je begeleider naar de regels op jouw school.

7. Hoe vind je de juiste informatie?

Nu je weet wat je wilt onderzoeken, ga je kijken naar hoe je dat gaat doen. Hoe ga je aan de antwoorden voor je deelvragen komen? Dit kan op allerlei manieren, van het archief induiken tot experts interviewen en van het internet afspeuren tot het doen van een experiment. Wat de beste methode is, is afhankelijk van je hoofd- en deelvragen. Soms vragen verschillende deelvragen om verschillende onderzoeksmethodes.

Belangrijk is ook om je informatie te checken op betrouwbaarheid. Internetbronnen zijn bijvoorbeeld niet altijd betrouwbaar (denk aan nepnieuws). Bibliotheken of mediatheken zijn een stuk betrouwbaarder. Het beste is om meerdere bronnen te gebruiken voor je onderzoek. Vergeet niet ze allemaal te noteren.  

8. Hoe verwerk je je informatie?

Heb je genoeg informatie verzameld, dan kun je beginnen met schrijven. Veel info over je onderwerp gevonden? Wees dan kritisch en gebruik alleen de relevante info waarmee je concreet antwoord kunt geven op je deelvragen. Werk je deelvragen stuk voor stuk uit. Lange deelvragen verdeel je onder in aparte alinea’s. Gebruik titel en kopjes om het overzichtelijk te houden. Als je al je deelvragen hebt uitgewerkt kun je, als het goed is, je hoofdvraag beantwoorden en de conclusie schrijven.

9. Check, check, dubbel check?

Je hoofd- en deelvragen beantwoord én je conclusie geschreven? Top! Het meeste werk heb je nu gedaan. Nu is het zaak om van je onderzoeksresultaten een mooi geheel te maken. Schrijf een inleiding, maak de inhoudsopgave, ontwerp een kaft en besteed aandacht aan de lay-out. En vergeet de bronvermelding niet. Superbelangrijk; zo laat je de lezer namelijk zien waar je je informatie vandaan hebt en dat je geen nepnieuws verspreidt. Controleer verder nog even goed aan welke specifieke voorwaarden je pws bij jou op school moet voldoen.

10. Hoe maak je de perfecte presentatie?

Presenteren is een vak apart. Het goede nieuws is dat iedereen, jij dus ook, het kan leren! Zet eerst in grote lijnen op papier wat je allemaal wilt vertellen, bijvoorbeeld wat je onderzocht hebt, hoe je dat hebt gedaan en wat de resultaten waren. Werk het vervolgens uit tot een lopende tekst. Tevreden met je verhaal? Maak dan presentatiekaartjes met steekwoorden zodat je niet alles hoeft te onthouden.

Naast de inhoud is ook de vorm van je presentatie belangrijk. Maak je een PowerPoint? Zet er niet te veel tekst in (dat leidt alleen maar af van je verhaal), maar gebruik de slides om jouw verhaal te ondersteunen en versterken (denk aan foto’s of krantenartikelen). Is je presentatie af, oefen dan een paar keer voor de spiegel (met stopwatch!) en vraag anderen om feedback. Tot slot een laatste tip: vertel je verhaal vol enthousiasme en vertrouwen, óók als je je niet zo voelt. Fake it ‘till you make it!