Project ‘In Je Recht’: rechtenstudenten spelen een rechtszitting na

Eerstejaarsstudenten Hbo Rechten gaan tijdens het project ‘In Je Recht’ aan de slag met een echt strafdossier. Studenten in de rol van officier van justitie doen een aanklacht en stellen een requisitoir op (wat ze tijdens het proces gaan zeggen) en studenten in de rol van advocaat bereiden een pleidooi voor. In de finale strijden ze tegen elkaar in een moot court (oefenrechtbank). Wie overtuigt de rechter?

Na een intensieve projectweek komt op vrijdag de zaak Martina voor in de oefenrechtbank. Docent Pascal Bovens legt uit wat er gaat gebeuren: “Het is belangrijk dat studenten hun vaardigheden leren toepassen in de praktijk. De studenten kregen op maandag een echt dossier: een flink rapport van 100 pagina’s die ze nauwkeurig moesten bestuderen. Ze kregen niet zo lang de tijd om het rapport door te nemen, dus voor sommige studenten was het misschien wel avond- of nachtwerk. Maar zo gaat het in de praktijk ook. Vandaag is de rechtszitting waarin we de case uit het strafrecht behandelen.”

De zaak Martina

De bode opent de zitting: “Aan de orde is de zaak Martina.” De studenten nemen plaats in de oefenrechtbank en staan netjes op als de strafrechter binnenkomt. De verdachte in de zaak, meneer Martina, wordt beschuldigd van diefstal. Met wat aanwijzingen en tips van de docent volgen de studenten netjes de volgorde van een echte zitting: van de tenlastelegging tot het requisitoir en van het pleidooi tot het laatste woord van de verdachte. De rechter trekt zich terug om zich over de uitspraak te buigen. Even rondvragen: hoe vonden de studenten dat het ging? En hoe bereiden ze zich voor op zo’n zitting?

Spannend en leerzaam

Sara van Rooijen neemt vandaag de rol van officier van justitie op zich. “Na de kick-off op maandag mochten we op dinsdag een echte rechtszaak online bijwonen. Die zitting hielden we in ons achterhoofd bij de voorbereidingen”, vertelt Sara. “Daarna begonnen we met de tenlastelegging en we kregen twee dagen de tijd voor het requisitoir. Het was wel een uitdaging, maar met heel veel research en feedback van de docenten is het gelukt. Het is spannend om het na te spelen, maar vooral heel leerzaam. Zo leer je veel meer dan wanneer je alleen uit boeken leert.”

Dossier uitpluizen

Tess van Oostrom kruipt vandaag in de rol van advocaat. “We begonnen met het uitpluizen van het dossier. Wat is de verklaring van de cliënt, wat voor bewijs is er? Na het onderzoek begonnen we met het schrijven van het pleidooi.” Martijn van Oosterum speelt de verdachte: “Je kunt je niet echt voorbereiden op de vragen van de rechter. Dus het was ook een beetje improviseren. Maar ik kende het dossier goed en we hebben de persoonlijke omstandigheden van de cliënt goed uitgewerkt. Het was heel interessant om te zien hoe zo’n zaak in het echt gaat.”

De uitspraak van de rechter volgt: meneer Martina wordt niet schuldig bevonden aan het primair ten laste gelegde feit: diefstal met braak. Wel wordt hij schuldig bevonden aan het subsidiaire feit: schuldheling. De studenten zijn tevreden met de uitspraak. En de docent is tevreden over het werk van de studenten. “De studenten hebben goed hun best gedaan en er veel tijd in gestoken, dat kan ik merken”, vertelt Pascal. “Ze lezen nog veel voor van het papier en ze zijn nog wat voorzichtig, maar dat is logisch. Hoe vaker je het doet, hoe beter het gaat. In de echte rechtbank gaat het er veel feller aan toe. Daarom is het goed dat we het nu alvast oefenen.”

Preliminair verweer

De volgende groep studenten behandelt dezelfde zaak. Dit keer start de verdediging met een preliminair verweer om te bepalen of het proces wel 'geldig' is. Een verrassing voor de tegenpartij, waardoor zij een stukje moeten improviseren. Ook bij deze groep volgen de studenten de volgorde van een echte rechtszitting.

Studenten Lars van den Oever, Eva Herrmann, Chimène Boesten en Marinda Luijer kruipen vandaag in de rol van de verdediging. Hoe vonden zij de projectweek? “Normaal gesproken staat er iemand voor de klas die alles uitlegt. Dat is fijn, maar het was juist heel leuk om alles nu zelf uit te pluizen”, vertelt Eva. Chimène vervolgt: “We hebben echt hard aan het project gewerkt. Ik ben nog nooit zo lang op school geweest dat de lichten uitgingen. En ik droomde zelfs over het project.” Marinda vult aan: “We hebben ook nog met een deskundige gebeld om wat details uit het dossier te checken.” De groep is trots op het harde werk en de uitspraak. “Toen ik op maandag het dossier las, dacht ik: hoe gaan we dit aanpakken? Nu staan we hier met een preliminair verweer en een sterk pleidooi”, vertelt Lars trots.

Een toekomst in de rechten

Na drie zittingen is de projectweek ten einde. Het was een geslaagde dag om de intensieve projectweek mee af te sluiten. De studenten krijgen op deze manier een goed beeld van de praktijk. En dat helpt ze om een idee te krijgen van hun toekomst in de rechten. Chimène Boesten vertelt: “Ik wil graag strafrechtadvocaat worden, maar strafrechter op internationaal gebied spreekt me ook aan.” Ook Dominique Grootewal heeft al een beeld van haar toekomst: “Eerst wilde ik heel graag advocaat worden, nu zie ik het ook wel zitten om officier van justitie te worden. Maar het wisselt regelmatig. Gelukkig heb ik nog tijd genoeg, eerst de studie afmaken.”

Lees meer over: praktijkonderwijs, project, rechten